Het gebruik van transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) is de afgelopen tien jaar snel toegenomen1

Dat komt door de innovaties in klepprothese- en afgiftesystemen, verbeteringen in klinische resultaten1 (aangetoond binnen klinische studies zoals PARTNER I en II)2-5 en de uitgebreide indicatie voor de toepassing van TAVI.6

In de ESC/EACTS-richtlijnen 20176 werd de toepassing van TAVI, als alternatief voor chirurgische aortaklepvervanging (sAVR), uitgebreid van hoogrisicopatiënten (EuroSCORE II-score voor chirurgisch risico ≥10%)7 naar patiënten met een verhoogd chirurgisch risico (EuroSCORE II ≥4%), op basis van degelijke klinische onderbouwing.

Patiënten met een verhoogd chirurgisch risico omvatten hen die eerder werden bestudeerd in klinische onderzoeken, zoals PARTNER I en II,3, 4 respectievelijk ingedeeld in de categorie hoog en intermediair risico (EuroSCORE II ≥4‒8%). Klinische onderzoeken naar de veiligheid en doeltreffendheid van TAVI bestuderen bij patiënten met laag risico (EuroSCORE II <4%) komen eraan. Momenteel bevelen de richtlijnen voor deze patiënten aan dat deze lage risico patiënten worden behandeld met conventionele sAVR.6

Leer hoe TAVI betere resultaten kan opleveren voor uw patiënten.

TAVI versus sAVR bij patiënten met middelhoog risico (EuroSCORE II ≥4–8%)

De studiedata van de PARTNER II waren cruciaal, omdat ze ondersteunend bewijs leverden van de klinische superioriteit van TAVI via de transfemorale benadering versus sAVR bij patiënten met een intermediair chirurgisch risico.

Na innovaties in het TAVI prothese- en plaatsingssysteem konden de gegevens van de propensiteitsanalyse van de PARTNER IIA-onderzoek en de gegevens van de S3i-propensiteitsanalyse2, 3 aantonen dat de transfemorale toegang van TAVI bij patiënten met intermediair chirurgisch risico leidde tot significant lagere percentages van het gecombineerde eindpunt van mortaliteit, alle beroertes en matige/ernstige aorta-insufficiëntie na 1 jaar en een lager percentage van overlijden of invaliderende beroerte na 2 jaar vergeleken met sAVR.2

Patiënten die TAVI kregen via transfemorale toegang, hervatten hun normale, dagelijkse activiteiten sneller dan patiënten die sAVR kregen.8

TAVI versus sAVR bij hoogrisico- en niet-operabele patiënten

In 2007 startte Edwards Lifesciences met de eerste gerandomiseerde TAVI-studie, PARTNER.9 Deze baanbrekende studie werd opgezet als twee parallelle en individueel georganiseerde onderzoeken waarin 1.057 patiënten met hoog chirurgisch risico werden onderzocht (EuroSCORE ≥10%). De twee cohorten vergeleken gevestigde behandelingen bij patiënten die door het hartteam werden beschouwd als operabel (TAVI versus sAVR) of inoperabel (standaardtherapie of ballon-valvuloplastiek versus TAVI). De onderzoeksresultaten van PARTNER waren baanbrekend en toonden een significant verbeterde all-cause mortaliteit na 1 en 5 jaar bij niet-operabele patiënten die voorheen werden behandeld met de standaardtherapie.5, 9

Bij patiënten met een hoog chirurgisch risico vertoonde TAVI vergelijkbare percentages van all-cause mortaliteit ten opzichte van sAVR bij follow-up na zowel 1 als 5 jaar.4, 10